Bij de zwarte vleugel neemt een vrouw in fonkelend rood even haar rust, omringd door het gouden licht van een jazzclub. Haar rechtstreekse blik geeft de feestelijke scène een ontspannen zelfverzekerdheid.
Ze lijkt de avond op haar eigen manier te beleven, zonder op een uitnodiging of goedkeuring te wachten. Haar houding verbeeldt het plezier van je plek innemen en je daarbij helemaal op je gemak voelen.
De weelde van de jaren twintig krijgt zo een persoonlijke betekenis: je mooi voelen en toch jezelf blijven. De onaangeroerde toetsen laten in het midden of de mooiste uren nog moeten komen of al een dierbare herinnering zijn.