Het centrale motief van Natuurpoëzie: hop met kuiken wordt gedragen door vogels, boomholte en nest. Hun onderlinge samenhang geeft de voorstelling een duidelijke richting.
Aardetinten en een macro beeldtaal brengen de verschillende vormen bij elkaar. De accenten van kuiken en wilde natuur verdiepen de sfeer zonder te overheersen.
Daaruit groeit een gevoel van rust met een rustige visuele balans. Het kunstwerk geeft een ruimte herkenning, diepte en een eigen signatuur.